Oranjevereniging Veere

Geboorte, verjaardagen en overlijden

Na de geboorte van een nieuwe Oranjetelg werden vroeger in het land de klokken geluid en ’s avonds vreugdevuren aangestoken. Het duurde een paar dagen voordat dergelijke nieuwstijdingen, die door de Staten-Generaal met beurtschippers werden verzonden, vanuit Den Haag in Middelburg aankwamen. Daar werden kopieën geschreven die vervolgens naar de Zeeuwse steden werden verstuurd. Zo ontvingen de Staten van Zeeland na de geboorte van de oudste zoon van Frederik Hendrik en Amalia van Solms op 31 mei 1626 het heuglijk bericht ‘dat mevrouw de Princesse van Orangien den XXVIIen deser, ’s morgens ten vier uren is verlost van eenen jongen soon ende dat daerover in alle steden van Hollant publicque demonstratien van blijschap sijn gedaen, soo met vuren, clockeluyden als anderssins’.  Nog diezelfde dag werd het nieuws in Zeeland verspreid en de stadsbesturen opgeroepen 1 juni ’s avonds ‘gelijcke teyckenen van blijschap’ te doen en de predikanten ‘vermaent dat zij in hare eerste ordinaris predicatie naer de receptie deser Godt daerover dancken ende loven’. De burgerij vernam het blijde nieuws door middel van een proclamatie die door de secretaris vanaf het bordes van het stadhuis werd voorgelezen.
Op de verjaardagen van de markiezen liet het stadsbestuur saluutschoten lossen, vonden er beiaardbespelingen plaats en kreeg de burgerij ’s avonds de gelegenheid vuurwerk aan te steken. Hiervoor gebruikte men teertonnen die op bepaalde plaatsen in de stad werden neergezet. Vanaf de Grote Kerk, het stadhuis en de Campveerse toren wapperde de prinsenvlag. De verjaardag van prins Willem V op 8 maart 1766 vormde hierop een uitzondering. Omdat hij achttien werd en de leeftijd bereikte waarop hij het ambt als stadhouder mocht aanvaarden, werd een groter feest gehouden dan gebruikelijk was. Tijdens de stadhouderloze tijdperken (1650-1672 en 1702-1747) vierde men de verjaardagen van de Oranjes niet.
In de 19e eeuw werd op de geboortedag van de koning of de koningin het carillon bespeeld en mochten de inwoners ’s avonds vuurwerk aansteken. Vanaf openbare gebouwen en op de rede liggende oorlogsschepen werd gevlagd en omdat Veere tot 1866 een garnizoensstad was, hielden de soldaten een parade. De inwoners van het Godshuis kregen van het gemeentebestuur een traktatie. In de eerste jaren van zijn bestaan werd in de katoenweverij van de firma Salomonson in de Oudestraat (1838 – 1868) op deze dag ook feest gevierd. Het personeel, dat bestond uit arme en bedeelde lieden en weeskinderen, mocht deelnemen aan volksspelen met als hoogtepunt het paalklimmen. Hierbij konden allerlei zilveren voorwerpen worden bemachtigd die door de directie in de top van de paal waren opgehangen.
Na het overlijden van de vorst of zijn gemalin luidde men vroeger iedere dag tot het moment van de begrafenis drie maal daags de klok, wat soms wel een week kon duren. Tot 1837 gebruikte men hiervoor de grote klok van de Grote Kerk, maar toen die na het overlijden van koningin Wilhelmina van Pruisen op 12 oktober 1837 niet meer aan de gang te krijgen was, luidde men daarna een klok van het stadhuis.