Oranjevereniging Veere

Prins Willem V

De inhuldiging van de 18-jarige prins Willem V op woensdag 28 mei 1766 vond met net zoveel pracht en praal plaats als die van zijn vader. De dag begon met het afschieten van 21 saluutschoten met een kanon vanaf de wal. De oud-burgemeesters Schorer en Chalmers haalden vervolgens de prins in Middelburg op en zodra de stoet het hof Schonewal was gepasseerd werd het sein tot afvuren van opnieuw 21 saluutschoten gegeven. De klokken begonnen te luiden en de trompetters, die tussen de torentjes op de Zanddijkse poort stonden, begonnen te blazen. Op het plein buiten de Zanddijkse poort werd halt gehouden en nadat de muziek en het gelui waren gestopt, bood burgemeester De Vriend de prins in een fluwelen zak op een zilveren bord de sleutels van de stadspoorten aan. Hierna voegden de rijtuigen met het stadsbestuur zich bij de stoet en voorafgegaan door drie stadsboden begaf deze zich langs de westdeur van de Grote Kerk, door de Wijngaardstraat, over de Kaai, langs de Campveerse toren, over de Vismarkt, door de Oudestraat naar de Markt. Langs de route stonden leden van het oranje, groene, blauwe en witte vaandel, die zodra de rijtuigen waren gepasseerd zich naar een andere plaats begaven. In de stad stonden tien erepoorten opgesteld die door een tweetal decorateurs fraai waren beschilderd. Op het stadhuis werd de prins in de politiekamer door burgemeesters en schepenen ontvangen, gevolgd door de plechtige eedaflegging op het bordes. Als eerste legde de prins de eed af, daarna het stadsbestuur, vervolgens de officieren van de burgerwacht en tot slot de burgerij. Over het bordes lag een rood fluwelen kleed met erop rode kussens en op de stenen vloer een nieuw tapijt. Na de plechtigheid trok het gezelschap zich terug in de vierschaar waar een aantal hoge officieren, de conservator van de Schotse Natie en namens ieder kerkgenootschap één predikant de prins met zijn markizaatschap feliciteerden. Hierna begaven de prins met zijn gevolg en de vele genodigden zich op weg naar de Campveerse toren waar het stadsbestuur hen een vorstelijk maal aanbood. Om alle gasten een plaats te kunnen geven werden zowel de onder- als de bovenzaal gebruikt. In de bovenzaal had het stadsbestuur hiervoor een scheidingsmuur die dit vertrek in tweeën deelde, moeten laten verwijderen. Tot tweemaal toe werden bij het uitbrengen van een heildronk op de prins, zijn leermeester en zijn familie, 21 saluutschoten afgevuurd. Een stadsbode gaf daartoe het sein met zijn zakdoek vanuit een raam van de toren. Na afloop van de maaltijd deelde de prins gedenkpenningen uit, waarna iedereen zich naar de Markt begaf. De huizen waarlangs zij liepen waren feestelijk verlicht. Bij de erepoort voor het huis van oud-burgemeester Godin op de Markt werden 36 flambouwen aangestoken, wat een feeëriek schouwspel opleverde. Na dit vuurwerk te hebben bewonderd vertrok de prins weer naar Middelburg.
Voor de burgers was het de dag erna feest. Twee okshoofden wijn werden op de Markt geplaatst waaruit de inwoners mochten drinken en ’s avonds kregen ze gelegenheid om vuurwerk aan te steken.