Oranjevereniging Veere

VERHALEN VAN TOEN

KONINGINNEDAG VROEGER DOOR JAN DE VOOGD

In mijn jonge jaren werd Koninginnedag op 31 augustus, de verjaardag van Koningin Wilhelmina, gevierd. Sinds 1949 viert Nederland Koninginnedag op 30 april, de verjaardag van Koningin Juliana. De laatste dag van augustus leende zich goed voor festiviteiten in de openlucht : meestal was het goed zomerweer en de schoolkinderen hadden nog vakantie.

De feestdag begon met een “reveille” door enkele hoornblazers staande op de trans van de stadhuistoren, ik meen om een uur of acht. Later gebeurde dat vanaf de Grote Kerk. Ik meen dat in de aankondiging gesproken werd over “koraalmuziek”. Traditioneel was er om een uur of negen een “zanghulde” voor het Stadhuis. De kinderen van beide lagere scholen in Veere zongen eensgezind, aangehoord door de Burgemeester, Wethouders en Gemeentesecretaris, allen vergezeld van hun echtgenote, enkele vaderlandse liederen, waaronder het Wilhelmus. ’s Middags waren er kinder- spelen op het “voetbalveld”, het huidige Oranjeplein. Een optocht met versierde fietsen was een geliefd onderdeel van het programma, evenals de lampionoptocht ‘s avonds tijdens een rondgang van de muziekvereniging “Veere’s Genoegen”. Niet iedereen was in de gelegenheid om overdag de festiviteiten bij te wonen. Koninginnedag was toen nog geen nationale feestdag waarop iedereen vrij had.

Nadat Veere’s Genoegen ’s avonds een concert in de muziektent op de Markt had verzorgd toog heel Veere naar het Bastion, waar het traditionele “Teertonnen branden” plaatsvond. De Rijkstonnenlegger Jacob van Beveren bewaarde het hele jaar door lege houten tonnen. Hierin zaten nog resten van de teer en pek dat gebruikt werd bij het onderhoud van de
vaarwegboeien. De politieagenten hielden ons jongens bij het vreugdevuur jammer genoeg op ruime afstand. “Legaal vuurtje stoken” kwam maar één maal per jaar voor.
Iets bijzonders vonden wij in de dertiger jaren dat op de vensterbanken van enkele huizen, waaronder die van de Burgemeester, rijtjes “vetpotjes” [tegenwoordig noemen we die waxinelichtjes] stonden, die voor een feestelijke aanblik zorgden. Velen stonden met open mond naar deze nieuwigheid te kijken! We waren nog niet zo verwend dat we al dit soort vermaak als “gewoon” ervoeren.
In januari 1937 heeft een groot Oranjefeest plaats gevonden vanwege het huwelijk van Prinses Juliana met Prins Bernhard in de toen nog aanwezige grote vliegtuighangar op de plaats van de nieuwe parkeerplaats bij de monding van het Kanaal door Walcheren. In die overdekte ruimte speelde Veere’s Genoegen uitbundig en onophoudelijk de “Lippe Detmoldmars”.
[Prins Bernhard was uit het geslacht Lippe-Detmold afkomstig] .

Jong en oud zong de tekst mee. Delen ervan kan ik me nog herinneren:
“Juliana hoop van Nederland gaf de Prins uit Lippe hart en hand.
Hij is de Prins-gemaal [bis].

Een bijzonder uitgebreid Oranjefeest vond plaats op 31`augustus 1946. In Veere waren enkele “Erepoorten” opgericht en er vond o.a. een schitterende optocht van versierde wagens plaats. In enkele boekjes “Veere in oude tijden” van Jan Midavaine is een aantal foto’s van dat gebeuren te vinden. Jong en oud had plezier met een uitgebreid spelletjesprogramma op het voetbalveld. De eerste echte Koninginnedag na de oorlog werd niet alleen door kinderen maar ook door menig oudere Verenaar aangegrepen om de bloemetjes eens ongeremd buiten te zetten. Ouderen lieten zich verkleed rondrijden in een kruiwagen anderen deden mee met het spectaculaire “Tonnetje steken”: Van een helling op een klein karretje rijdend een ring trachten te steken met het grote risico daarbij met mis te steken een emmer water over zich uitgestort te krijgen. Met veel voldoening denk ik terug aan een periode eind veertiger en de vijftiger jaren dat ik –hoewel geen bestuurslid van de Oranje-
vereniging Veere- een aantal keren Koninginnedag heb mogen organiseren. In de plaats van reveille vanaf de Stadhuis- of Kerktoren gingen enkele herauten in historisch kostuum te paard met hoorngeschal en luide roep de bevolking aanmoedigen Koninginnedag te vieren. Daarna aubade door de schoolkinderen bij het Stadhuis. Voor de school-
kinderen bedacht ik een spelletjesprogramma, dat op het grasveld van de Oliemolen-/ Kerkstraat werd afgewerkt. Het waren allemaal nieuwe spelletjes, waaraan door een bepaald systeem alle kinderen konden deelnemen. Ook het voetbalveld bleef tot de transplantatie tot parkeerterrein een geliefd feestterrein. Het is lange tijd in zwang geweest bij de jongeren om tijdens de rondgang van Veere’s Genoegen achter de muzikanten aan te sluiten en arm-in-arm de rondgang al hossend te begeleiden.
Koninginnedag was voor velen in Veere een feestdag waar de verschillen in opvatting over de Monarchie niet openlijk werden getoond.

Jan de Voogd

>>lees verder

In gesprek met Jaap Wisse

Jaap, geboren in Veere woont nu aan de Kaai.
Jaap heeft op verschillende plaatsen gewoond in Veere, aan de Oude Wacht, op de kaai “twee huizen naast Frans Sturm de schoenmaker”.
Dat zegt niet iedereen meer wat, maar dat is nu kaai 103.
In 1939 namen zijn ouders de melkhandel van de Buck over en werd de winkel aan de Markt bewoond.
Later zou zijn vader de melkhandel overdoen aan de familie Den Dikken en verhuisden zijn ouders naar de Veerseweg “het hof van Cevaal, waar nu Gillis Poppe woont”

Eenmaal aan tafel komt Jaap gelijk met een stapel boekjes van de Oranjevereniging.
Jaap is een echte verzamelaar en weet enorm veel zich te herinneren van Veere.
Hij weet zoveel dat het voor mij haast ondoenlijk wordt alles op te beschrijven.

We beginnen aan de schooltijd in Veere; de oorlogstijd heeft veel indruk gemaakt.
Op school moest er regelmatig worden geoefend voor luchtaanvallen.
Ondanks dat het om een serieuze zaak ging, wisten de kinderen er ook een lolletje van te maken.
Als er geoefend werd moesten ze kruipend naar de gang zien te komen.
Onderweg probeerde Jaap dan de veters uit te maken van diegene die voor hem kroop, of er werd hier en daar wat geknepen; Jaap heeft er zichtbaar lol in gehad.
In die tijd werden ook alle kinderen op de foto gezet, dat was voor het geval er iets mis zou gaan dan wist men wie er op school zat en of er misschien kinderen ontbraken.

De school werd gevorderd voor mensen die bunkers moesten bouwen.
In de oorlog was er ook school in het huis van Cees Mol en wat nu de Rabobank is, deze huizen stonden leeg.
De onderwijzers waren toen Dhr Wey en juffrouw van Leeuwen en later de heren C. Douw en Izebout.
Regelmatig moesten naar de zolder i.p.v de kelder bij een luchtalarm.

>>lees verder