Oranjevereniging Veere

Wilhelmina

Na de Tweede Wereldoorlog bracht koningin Wilhelmina op 11 september 1946 een kort bezoek aan Walcheren. ’s Morgens arriveerde de vorstin met de koninklijke trein op het station van Vlissingen. Na een kort verblijf in deze stad ging ze per auto naar Koudekerke, Biggekerke, Zoutelande en Westkapelle, waar ze uitgebreid de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog in ogenschouw nam. Langer dan gepland bleef de vorstin in deze plaats. Vandaar werd de tocht in de fraaie donkerrode Lincoln Zephir voortgezet naar Domburg, Gapinge en ten slotte Veere. Hij werd bestuurd door de oud-Veerenaar Frans Castel die als chauffeur bij Wilhelmina in dienst was. Achter de koningin zaten een hofdame en commissaris van de koningin mr. Quarles van Ufford en in de volgauto luitenant ter zee 1e klasse H.A.W. Goossens en de particulier secretaris van de koningin dr. M. Kohnstamm. Een escorte van twee motorrijders van de rijkspolitie begeleidde de stoet. Onder erepoorten door bereikten de auto’s het Veerse stadhuis, waar hare majesteit werd opgewacht door burgemeester jhr. I.F. den Beer Poortugael, de wethouders, de raadsleden en de kinderen van beide lagere scholen. Nog diep onder de indruk van het verwoeste Westkapelle, zei ze als eerste tegen de burgemeester dat Veere gelukkig voor het oorlogsgeweld gespaard was gebleven, wat de burgemeester kon beamen. Vervolgens werden de wethouders en de raadsleden voorgesteld, waarna Marietje Cevaal de koningin namens het gemeentebestuur een bos bloemen aanbood. Hierna ging de tocht snel door naar Middelburg. De dag erna stond een bezoek aan Zeeuws-Vlaanderen op het programma.