Oranjevereniging Veere

Willem van Oranje en Veere

Willem van Oranje en Veere

Bij zijn inhuldiging als markies wierp Willem van Oranje in 1581 gedenkpenningen van het bordes van het stadhuis in het publiek met daarop de tekst Nodus Indissolubilis (‘onlosmakelijke knoop’).
Hiermee gaf hij te kennen dat wat hem betrof de band tussen Oranje en Veere blijvende was.
Blijkbaar dachten de inwoners van de stad er ook zo over, want weinig steden zijn in de loop van de jaren zó Oranjegezind geweest.

In 1672 was Veere de eerste stad waar Willem III op aandringen van de burgerij werd uitgeroepen tot stadhouder.
In 1747 was het opnieuw Veere dat als eerste voorstelde Willem IV te benoemen tot stadhouder van Zeeland.
En toen in 1787 de patriotten overal in den lande voor een felle anti-Oranjestemming zorgden, kregen ze in Veere geen voet aan de grond.

Op 2 juli 1787 zwoeren de leden van het stadsbestuur op het bordes van het stadhuis de Oranjes eeuwige trouw.
De band tussen Willem van Oranje en Veere dateert al van 1 mei 1572 toen hij de magistraat opriep tot gewapend verzet tegen de Spanjaarden en beloofde de stad met troepen en schepen te zullen steunen.
Vijf dagen later werd Veere door de Watergeuzen bezet en verklaarde zich voor de prins.
Het eerste bezoek van Willem van Oranje vond plaats op 27 december 1573 toen hij na een inspectie van de Zeeuwse vloot bij Bergen op Zoom doorvoer naar Veere, waar hij met grote vreugde werd ontvangen.
In de paar dagen dat hij er bleef, was er veel werk te doen.
Verschillende leden van de magistraat waren overleden of de stad uitgevlucht, de secretaris was vanwege zijn geloof naar Antwerpen uitgeweken en de kas was tot op de bodem leeg.
Er moest een nieuw stadsbestuur worden gevormd en naar financiële middelen worden gezocht.
Om in dit laatste te kunnen voorzien liet hij op 29 december een bode een brief naar de uitgeweken Nederlandse protestanten in Londen overbrengen met daarin het verzoek maandelijks tweeduizend gulden te collecteren voor de noodlijdende stad.
Tijdens zijn tweede bezoek op 11 maart 1574 schonk hij de stad verschillende voorrechten, waaronder de rechtspraak in boetstraffelijke en civiele zaken over een aantal heerlijkheden van Walcheren (de landsvierschaar), tolvrijheid in Vlaanderen en tal van andere economische voordelen.
Ook bepaalde hij dat het stadsbestuur uit 24 raden zou bestaan, die hij op 17 januari 1575 persoonlijk kwam installeren.
Intussen toonde hij belangstelling voor het markizaat en toen het in 1581 te koop werd aangeboden, was hij de hoogste bieder.
Zijn inhuldiging vond plaats op 10 augustus 1581 en daarna bracht hij samen met zijn vrouw nog enkele dagen in Veere door.

Het laatste bezoek van Willem van Oranje vond plaats op 1 september 1583 toen hij bijna een maand lang in Zeeland verbleef.
Waarschijnlijk heeft hij toen met de magistraat gesproken over het verbeteren van de vestingwerken.
Kort daarop verzocht het stadsbestuur zijn ingenieur Abraham Andriessen naar Veere te komen, die hiervoor een eerste ontwerp maakte.
Na de moord op de prins op 10 juli 1584 hebben de Veerenaren een schilderij met daarop een voorstelling van een rouwpiramide laten maken, dat nog steeds in het Stadhuismuseum te bezichtigen is.